zandkorrels

zandkorrels

Lezen, schrijven, observeren.

Ik wil zandkorrels, steentjes en rotsblokken taal rondstrooien.

P.C. HOOFTPRIJS 2019

korrelsGeplaatst door José za, december 15, 2018 18:13:05

Marga Minco (98) krijgt de P.C. Hooftprijs 2019. Het is een prijs die voor een heel oeuvre wordt toegekend en derhalve altijd aan wat oudere schrijvers toevalt, maar Marga Minco had hem wel zo'n twintig jaar eerder mogen krijgen. De prijs komt haar toe! Volgens de jury geven haar romans en verhalen vorm aan existentiële ervaringen als angst, schuldgevoel, eenzaamheid en een diep, nauwelijks te verwoorden verlangen naar geborgenheid. Ook vindt de jury dat de schrijfster zonder te psychologiseren en zonder pathetiek en pretentie een ondoorgrondelijke werkelijkheid invoelbaar en voorstelbaar maakt. Vooral dat invoelbare zonder pathetisch te zijn, spreekt mij aan.

Marga Minco ontkwam als enige van het gezin waarin ze opgroeide aan de Holocaust. Al haar romans en verhalen gaan over de oorlog en de nasleep ervan. Haar debuut 'Het bittere kruid' is het bekendst. Ik heb bijna al haar boeken en herlees ze regelmatig. Onlangs herlas ik 'De glazen brug'. Het is het Boekenweekgeschenk uit 1986. Vaak zijn de Boekenweekgeschenken niet heel sterk. 'De glazen brug' echter is een klein meesterwerk waarin, zoals in al Minco's werk, in schijnbaar eenvoudige taal veel symboliek zit, getuige dit citaat van pagina 11:

In de buurt van ons huis bleven we staan voor de boogbrug, die bedekt bleek met een volkomen doorzichtige laag ijzel waarin je de lucht weerspiegeld zag. Ik heb me dikwijls afgevraagd wat ons deed aarzelen de brug op te gaan. Het kan niet alleen de gladheid zijn geweest. (...) Voetje voor voetje liepen we naar het midden, waar mijn vader zijn beide handen op de leuning legde en omlaag keek. Op de ijsvloer onder ons stond een meeuw zo roerloos dat het was of hij vastgevroren zat. (...) In de bocht van de gracht hing de kruin van een geknakte boom boven het ijs. Ik liet de arm van mijn vader los, duwde me af en gleed, met mijn armen gespreid en iets doorzakkend in mijn knieën het brugdek af, waarna ik me omdraaide in de verwachting dat hij, net als vroeger, baantje glijdend achter me aan zou komen. Hij was me niet gevolgd.